Haarscherp en pruikvaag

We spelen weer hetzelfde lied,
ons volkslied,
jij kiest voor trompet en ik voor cello
jij kiest voor hobo en ik voor klarinet
maar wie vindt ’t eerst de cimbalen uit uit uit

Een fractie van een seconde
is al genoeg voor een breuk
er bestaat geen pil voor,
bitter of niet,
en een voorschrift platte rust doet meer kwaad dan goed
en dan hoor ik die cimbalen donderen

adem in
adem uit
adem in     en weer uit
in     uit     in     uit     in     uit
in   uit       in   uit       in   uit
in uit         in uit         in uit
   uit             uit              uit
  UIT            UIT            UIT
 UIT            UIT            UIT

Een ondertas aan diggelen,
bespot, bespat, beklad
met schraapsels muurverf
’t was wit en ’t keramiek eerder gebroken
met van dat bladgoud aan de rand
een daverend concert met de luchter als soliste
met ’t licht uit uit uit

Opgezwollen ogen en ego’s
vergezeld van een ongestrepsilde keel
en trillende handen, of is het nog steeds die luchter?
Is het die memorie die
contradictorisch haarscherp en pruikvaag is?

Een stroompje is ontsprongen aan een wilgenvoet,
maar de wilg is ziek, u ziet,
hij is drager van een parasiet
’t Is dat beestje van de aard’
en die wreed wreed vreet.
Het meandert naar believen,
haalt de ene wilg neer en negeert de andere
een zee zonder strandwacht
die verdrinkt in de oceaan

De diggeltjes laat ik even zo
plamuren en retoucheren is voor morgen
of overmorgen
of de dag erna
of wanneer ik mijn bed eindelijk durf uit uit uit

en voor het eerst besef ik:
het huis is kaal
het huis is leeg
en het stinkt naar ontbindende lijken.

Puntje van de i

De puntjes staan altijd op de i
en de zon rijst in het oosten
Regeringen zonder compromis
’t is wit of zwart
en niets daartussen
Een land in lichterlaaie
met brandhaarden ongedofelijk
een hittegolf van vonken die we voelen
en toch blussen

Lijm van boeken die jaar
na jaar
op zolder heeft gesleten
door apathie afgevreten,
disparu,
een vagevuur niet langer houdbaar
Een eenrichtingsverkeer
zonder enig kruispunt,
elk huis een cul-de-sac
(althans zo baas zo gevel)
maar nooit gekraakt
(en verre van geraakt)
en aan Pritt als substituut
heb ik me al eens teslecht gedaan:
en je weet wat ze zeggen van die ezel.

Geen wuiven van herkenning
of iets anders amicaal
allez, op die paardenkop toch na
“Dag Madeleine!”
“Bonjour Frou Frou de Bastogne!”
“Awel, zegde gij niks, meneer Hagel?”
(hun joie de vivre is aangebrand,
aangekoekt)
Eenzaam eet ik dan
die chocoprins, ja stereotiep
(De pot op met vanille!
Hetzelfde met Frou Frou en Madeleine!)
De kat heeft de tong
en mijn ei kan ik zo niet kwijt
(de ironie spat ervan)

Dan noteer ik in ’t geniep
verhuld met schone woorden
iets tussen taart en thee
of koffie, in mijn geval
“Wie deelt door nul is een sul”,
zei de meester van het eerste en
ik ben geen nul maar een één!
Ik is maar één ik,
maar ik plus ik is wij en
wij plus wij is wijder
Ik voel me zo van u
verengd, liever nog een i erbij
en het punt is gemaakt
al staat het er net niet loodrecht boven

Anna Mae

Het is niet langer vlees of vis of
quorn of seitan
’t Is geen kwestie van douche of bad
noch van personenwagen of gezins
Zie af van die santenboetiek,
die variëteit aan dit of datjes met
een overmaat aan Langeweile en ennui!

Ik heb lak, meneer,
aan dat gelimiteer en gekleineer
volgend uit de keuze voor A of B
Kan ik niet kiezen voor C,
bestaande uit A + B
of als mijn honger niet te groot is
een portie A gedeeld door 2?

Boef, gedaan, kappen – STOP!
Ik zeg nee, ik kies niet voor een
of-ofverhaal of
dit of datjes
Ik wil de kers én de taart en
een chocomousse on the side,
een patisseriepiraat met sterke volonté
maar net míjn volonté;
een doen-of-laten non-conform aan uw idee, meneer,
maar net een viering van mijn mij-zijn,
mijn innerlijke certitude die míj
– niet u –
in vuur en vlam zet.

Zet uzelf de spiegel voor en ga op restaurant!
Smul erop los en niet vergeten u te overeten!
Niets is sensueler.

Eet de kers,
en verorber die taart, bitch!

In team

Ik hou
van muurbloemen en
rozen
vensterbanken van chalets met
bloembakken vol azalea’s in
een berglandschap ver
ver weg
die ruiken naar
dagen vergleden,
herinneringen vervaagd,
gelach gevloden
en van een streling van
die koude noordenwind met
de zon schijnend op mijn rug
van gemijmer en
gedraal en
een bekende hand om mijn schouder en
van het besef dat
er nog iemand houdt
van rustieke chalets
met zon en magnolia’s
die ruiken naar
verwarmende zuchten,
verhulde sensualiteit,
in team vertrouwen
in jou en mij.

Beyonce & Jay-Z

Ik ben niet uw
Beyonce
en gij al zeker niet mijn
Jay-Z want
zie
aanschouw
kijk mij aan,
gij zijt daar en
ik hoor niet thuis
in uw hiërarchie
uw woorden zijn blasé en
uw daden zijn overdaad maar
zie
aanschouw
kijk mij aan,
mijn R&B liegt niet
ik maak u geen blaasjes wijs
als ik zeg
dat uw brug nog geschreven wordt maar
dat ik ze niet bouw
ik ben geen serie op Netflix
na de ene speelt
de andere
vanzelf niet maar
zie
aanschouw
kijk mij aan,
en pauzeer niet halfweg en
dan
misschien dan
ben ik uw Beyonce
en gij mijn Jay-Z want gij
ziet
aanschouwt
kijkt mij uit.

Falsetto

Mijn falsetto is middelmatig
maar uw doremi is
beter dan de mijne en
ik zing maar
gij zingt een octaaf hoger
en ik wil het niet
ik heb genoeg van uw gesol
de sleutel naar mij is majeur
niet mineur en
gij wilt dat ík het afbol
in plaats van dat gij moet verdwijnen
noten van ironie
gij zegt altijd nee en
ik zeg ja, oui, mais si cheri
voor mij is ‘t leven ook een hard labeur
maar mij ziet ge niet wegkwijnen
ik
zing verder
op de tonen
van deze goedkope melodie

Zwanenmeer

’t Is zoals balletles met
een strenge lerares die
ooit nog Russisch kampioene
is geweest en
helemaal ontzet
mijn voeten staan al vol eelt
hoewel
mijn pointe nog moet komen want
ik sta hier niet stabiel
op de tippen van mijn tenen
ziet u ’t verband
mijn arabesque is nog
fragiel
ik ruik bloed en
ik proef tranen
zoekt er iemand het verband
of een windel of
een doekje voor het bloeden
nee dit zijn geen zwarte zwanen
maar ’t verband is al te hard doorbloed.

Fluweel

Nog voor ge iets kunt uiten
grijp ik mijn mantel en
loop ik door
naar buiten
ongestoord, volledig uitgemoord
is het tij gekanteld en
uw laatste poging voor
overhalen
in de kiem gesmoord
ge kunt ernaar fluiten
of toch proberen bedingen
weet dat ik aan u
mijn hart verloor
en ge weet hoe
ge mij zo kunt bedwingen
zoet verwoord
heerlijk befluweeld
ik wil alleen niet
achteraf
dat ik hoor
dat ik maar even moet besluiten
dat gij de hoofdrol speelt
in uw toneel
uw liefde valt niet te bezingen
nee nooit
valt uw liefde te bezingen
zolang ik slechts de bijrol speel.