Alles gaat goed

Ik heb tegen u gelogen
alles gaat goed
zei ik bij elke check-in,
check-out, want
alles gaat goed
mijn pink ziet blauw van het schrijven
niet door inspanning maar
door de inkt van mijn vulpen die uitloopt,
die wegloopt
en een druppelspoor achterlaat
in huis lijkt een moord gebeurd
en de opschoning verloopt niet vlot
het vergt bleekwater en UV-licht, maar
alles gaat goed
mijn tong is kreupel,
wat een serpent,
ze sist me toe dat
alles goed gaat
maar mijn schrijven sist terug
mijn bureau is een puinhoop en kronkelt een metertje verder
de verzwelgende zomerbries blaast mijn belangrijke papieren
(lees: kladblaadjes) in het rond
de teksten erop zijn half afgewerkt maar
alles gaat goed
de kronkels stoten mijn inktpot om en
godverdomme hè, hoe vaak moet ik het nog zeggen?

Alles. Gaat. Goed,
hou er nu over op.

In haar ogen

Mijn ogen lijken sterk op de hare
maar meer wil ‘k er niet over zeggen
want ze gaan verschuild achter een wolk,
een mist van verafgoding en vergetelheid
die helaas vaak hand in hand lopen
haar ogen smizen zoals een topmodel het zeggen zou
ze giechelen met een knipoog
en ze lachen in een oogopslag
de mijne daarentegen grijnzen enkel
als dat al lukt
een pijnlijke grimas kleurt mijn irissen grijs
en de spiegel vertelt me
dat die tint toch varieert van die van mijn idool
de katalysator in mijn besef
dat mijn ogen niets als de hare zijn
dat mijn jaloezie en mijn
nu gonzende
dan fluisterende
zeer
hun pijlen op haar richten
en haar smeken die kijkers te overhandigen
zelfs met wat slijtage
en meters op de teller
zijn ze nagenoeg onaangeroerd
ongeschonden
en onverbeterlijk,
maar wat later besef ik
eindelijk
dat ik ze niet nodig heb
want in haar ogen zijn de mijne gelijken

Ksh-en en juu-en

Mijn kapsel schreeuwt en mijn ogen zwijgen
of fluisteren als ze luid zijn
Lawaai is de vriend van het lief van de slager van uw nonkel
die je liever niet op de koffie ziet komen
(allez, ge hebt er nog mee in de klas gezeten)
Lawaai is de kleine broer van Storm,
nee niet de hippe naam die jonge ouders aan hun kind geven,
maar het natuurfenomeen
(allez, die bij uw broer in de klas zat,
die van dat feestje met het lek geprikte springkasteel)
zonderling, een uitzondering
een exceptie op het gangbare
afwijkend, divergent
iemand om te schuwen
te ksh-en en te juu-en
de kat op uw terras die eraf moet
(allez, want die van hiernaast heeft sowieso beestjes
en– blijf daar af heb ik gezegd! en zwijg!
ik zeg het geen twee keer he!)
mijn ogen schreeuwen
mijn irissen branden en mijn pupillen vernauwen
en registreren de flikkering als morse
een vuurzee aan informatie
uit observatie
Stilte is de zus van Lawaai en Storm uit een vorig huwelijk
(allez, die asblonde met haar brilletje
en een typisch strevertje)
ze takelt af op het netvlies
met Lawaai en Storm die blijven blijven blijven reageren
in de comment section
ze knippert als morse, maar,
haar interpunctie! trekt op niks!
en niemand begrijpt haar
ze wordt geksht en gejuut en andere beestjes
tot ze nog voor het openen van de slagerij
en het brouwen van de koffie
vertrok

Haarscherp en pruikvaag

We spelen weer hetzelfde lied,
ons volkslied,
jij kiest voor trompet en ik voor cello
jij kiest voor hobo en ik voor klarinet
maar wie vindt ’t eerst de cimbalen uit uit uit

Een fractie van een seconde
is al genoeg voor een breuk
er bestaat geen pil voor,
bitter of niet,
en een voorschrift platte rust doet meer kwaad dan goed
en dan hoor ik die cimbalen donderen

adem in
adem uit
adem in     en weer uit
in     uit     in     uit     in     uit
in   uit       in   uit       in   uit
in uit         in uit         in uit
   uit             uit              uit
  UIT            UIT            UIT
 UIT            UIT            UIT

Een ondertas aan diggelen,
bespot, bespat, beklad
met schraapsels muurverf
’t was wit en ’t keramiek eerder gebroken
met van dat bladgoud aan de rand
een daverend concert met de luchter als soliste
met ’t licht uit uit uit

Opgezwollen ogen en ego’s
vergezeld van een ongestrepsilde keel
en trillende handen, of is het nog steeds die luchter?
Is het die memorie die
contradictorisch haarscherp en pruikvaag is?

Een stroompje is ontsprongen aan een wilgenvoet,
maar de wilg is ziek, u ziet,
hij is drager van een parasiet
’t Is dat beestje van de aard’
en die wreed wreed vreet.
Het meandert naar believen,
haalt de ene wilg neer en negeert de andere
een zee zonder strandwacht
die verdrinkt in de oceaan

De diggeltjes laat ik even zo
plamuren en retoucheren is voor morgen
of overmorgen
of de dag erna
of wanneer ik mijn bed eindelijk durf uit uit uit

en voor het eerst besef ik:
het huis is kaal
het huis is leeg
en het stinkt naar ontbindende lijken.

Puntje van de i

De puntjes staan altijd op de i
en de zon rijst in het oosten
Regeringen zonder compromis
’t is wit of zwart
en niets daartussen
Een land in lichterlaaie
met brandhaarden ongedofelijk
een hittegolf van vonken die we voelen
en toch blussen

Lijm van boeken die jaar
na jaar
op zolder heeft gesleten
door apathie afgevreten,
disparu,
een vagevuur niet langer houdbaar
Een eenrichtingsverkeer
zonder enig kruispunt,
elk huis een cul-de-sac
(althans zo baas zo gevel)
maar nooit gekraakt
(en verre van geraakt)
en aan Pritt als substituut
heb ik me al eens teslecht gedaan:
en je weet wat ze zeggen van die ezel.

Geen wuiven van herkenning
of iets anders amicaal
allez, op die paardenkop toch na
“Dag Madeleine!”
“Bonjour Frou Frou de Bastogne!”
“Awel, zegde gij niks, meneer Hagel?”
(hun joie de vivre is aangebrand,
aangekoekt)
Eenzaam eet ik dan
die chocoprins, ja stereotiep
(De pot op met vanille!
Hetzelfde met Frou Frou en Madeleine!)
De kat heeft de tong
en mijn ei kan ik zo niet kwijt
(de ironie spat ervan)

Dan noteer ik in ’t geniep
verhuld met schone woorden
iets tussen taart en thee
of koffie, in mijn geval
“Wie deelt door nul is een sul”,
zei de meester van het eerste en
ik ben geen nul maar een één!
Ik is maar één ik,
maar ik plus ik is wij en
wij plus wij is wijder
Ik voel me zo van u
verengd, liever nog een i erbij
en het punt is gemaakt
al staat het er net niet loodrecht boven

Zo van praten

Zo van praten

en tranen
en van ja sorry he
en van oke ca va
en van ja geen probleem
en van ik had het al gedacht
en van hahaha ja
en van misschien ja
en van misschien nee
en van het is gewoon wat moeilijk geworden
nog eens van hahaha ja
en van nee ik begrijp het wel
en van hihihi voor de verandering

en van opslokkende stilte.

 

en van ik weet het niet zo goed meer nu.