24/7 nachtegaal

Mijn vingers zijn niet groen
en mijn oren nog minder
ze zeggen dat mooie liedjes nooit lang duren,
maar dat is fout en ronduit cliché
niemand belet je op repeat te klikken en het volume omhoog te draaien
en hopsa, klaar is kees
24/7 nachtegaal
tot ongenoegen van familie en vrienden
met groetjes van de buren een proces-verbaal

platen draai ik grijs
opnieuw en opnieuw en opnieuw
steeds hetzelfde liedje,
net dat mooie liedje
met ineens een valse noot en een breuk,
een barst in de klinker van het tuinpad
kronkelend langs de kerselaar

een muzikaal fiasco, die nachtegaal
eindelijk iets niet door een virus afgelast,
maar door mijn eigen gegrijs
opnieuw en opnieuw en opnieuw
steeds dat grauwe liedje,
(zuchtend) net hetzelfde liedje
en hopsa! klaar is Kees!
de klinker opgepikt en meegenomen
een puzzelstuk van het tuinpad weg
een treurwilg van een kerselaar
en de nachtegaal trekt naar warmere oorden

mijn vingers zijn groen en
de rest van mijn lichaam eigenlijk ook
met uitzondering van mijn ogen,
die zijn afhankelijk van de lichtinval,
maar mijn oren zijn ’t dus zeker
dat is nogmaals bevestigd
maar net als je denkt dat de kerselaar uitmunt in treuren,
verbaast hij je hoe hij zo onophoudelijk
en ongestelpt kan
bloeien

verloederd naast het tuinpad
met hangende takken en verwaterde wortels
maar ‘k hou geen blad voor de mond
– geen groen of grijs of roze –
’t is menens deze keer: ik wil vrucht!
kersen vol sap, rijp en zoet
ik wil spelen met mijn eten
je weet wel, met dat groen achter je oor
en een kers aan weerszijden
liefst de grootste in die rol
om te houden tot op ’t laatste
save the best for last I say
althans dat zeg ik ’s ochtends in de spiegel.

Laatst liet ik een nieuw tuinpad plaveien,
want ’t is weer zomer en ik wil buiten zitten
de puzzel is weer heel
en ook de nachtegaal is weer terug
hij zingt voor de kerselaar
(intussen draagt hij weer vrucht
van de hoogste categorie)
steeds een ander liedje
24/7
niet opnieuw niet opnieuw niet opnieuw
een kassei in uw ruit en hopsa!
ook deze Kees is klaar, ja ja!
de nieuwe klinker is bont
en de oude lijkt intussen wat groen

Haarscherp en pruikvaag

We spelen weer hetzelfde lied,
ons volkslied,
jij kiest voor trompet en ik voor cello
jij kiest voor hobo en ik voor klarinet
maar wie vindt ’t eerst de cimbalen uit uit uit

Een fractie van een seconde
is al genoeg voor een breuk
er bestaat geen pil voor,
bitter of niet,
en een voorschrift platte rust doet meer kwaad dan goed
en dan hoor ik die cimbalen donderen

adem in
adem uit
adem in     en weer uit
in     uit     in     uit     in     uit
in   uit       in   uit       in   uit
in uit         in uit         in uit
   uit             uit              uit
  UIT            UIT            UIT
 UIT            UIT            UIT

Een ondertas aan diggelen,
bespot, bespat, beklad
met schraapsels muurverf
’t was wit en ’t keramiek eerder gebroken
met van dat bladgoud aan de rand
een daverend concert met de luchter als soliste
met ’t licht uit uit uit

Opgezwollen ogen en ego’s
vergezeld van een ongestrepsilde keel
en trillende handen, of is het nog steeds die luchter?
Is het die memorie die
contradictorisch haarscherp en pruikvaag is?

Een stroompje is ontsprongen aan een wilgenvoet,
maar de wilg is ziek, u ziet,
hij is drager van een parasiet
’t Is dat beestje van de aard’
en die wreed wreed vreet.
Het meandert naar believen,
haalt de ene wilg neer en negeert de andere
een zee zonder strandwacht
die verdrinkt in de oceaan

De diggeltjes laat ik even zo
plamuren en retoucheren is voor morgen
of overmorgen
of de dag erna
of wanneer ik mijn bed eindelijk durf uit uit uit

en voor het eerst besef ik:
het huis is kaal
het huis is leeg
en het stinkt naar ontbindende lijken.

Fluweel

Nog voor ge iets kunt uiten
grijp ik mijn mantel en
loop ik door
naar buiten
ongestoord, volledig uitgemoord
is het tij gekanteld en
uw laatste poging voor
overhalen
in de kiem gesmoord
ge kunt ernaar fluiten
of toch proberen bedingen
weet dat ik aan u
mijn hart verloor
en ge weet hoe
ge mij zo kunt bedwingen
zoet verwoord
heerlijk befluweeld
ik wil alleen niet
achteraf
dat ik hoor
dat ik maar even moet besluiten
dat gij de hoofdrol speelt
in uw toneel
uw liefde valt niet te bezingen
nee nooit
valt uw liefde te bezingen
zolang ik slechts de bijrol speel.