Men zegt dat ik gek (part II the remix)

Het begon met een hallo
en het eindigde ook zo,
elke dag opnieuw,
een einde is een nieuw begin
of een andere postkaart van Bond Zonder Naam
band zonder naam
gewoon jij en
ik denk dat ik gek
een bassline die me overvalt
een stroboscoop die me boeit
scherven gebroken glas rondom ons
en enkele splinters zitten zelfs in me
ze zijn beginnen ontsteken en uit nalatigheid vergroeid
(lap, nog een kilootje erbij)
maar de hallo en wij waren er dus
en dat is het enige dat ik me nog herinner

Men zegt dat ik gek
en jij zegt dat ook.

Ken je dat gevoel,
dat moment van verwachting
het orenblik waarop je een perfect getimede pirouette op de beat maakt
je wentelende ruggengraat die de tango danst
hoewel je eerder voor een salsa aan het mikken was
en de streling die je vallende lichaam grijpt
dichter trekt
drukt
klop klop klopt

Ken je dat gevoel,
van poriën die plots verschijnen
haaropstaande rechten en lippende beven
terwijl je arm met ademhalende stokken
langzaamaan maar onzeker
naar zijn hoofd zoekt
zijn haren glijdend tussen je vingers
als het zand op een parelmoeren strand

Ken je dat gevoel
van kwijtende klutsen? Men zegt dat ik gek
en ik zeg dat niet,
maar ik denk het wel.

Haarscherp en pruikvaag

We spelen weer hetzelfde lied,
ons volkslied,
jij kiest voor trompet en ik voor cello
jij kiest voor hobo en ik voor klarinet
maar wie vindt ’t eerst de cimbalen uit uit uit

Een fractie van een seconde
is al genoeg voor een breuk
er bestaat geen pil voor,
bitter of niet,
en een voorschrift platte rust doet meer kwaad dan goed
en dan hoor ik die cimbalen donderen

adem in
adem uit
adem in     en weer uit
in     uit     in     uit     in     uit
in   uit       in   uit       in   uit
in uit         in uit         in uit
   uit             uit              uit
  UIT            UIT            UIT
 UIT            UIT            UIT

Een ondertas aan diggelen,
bespot, bespat, beklad
met schraapsels muurverf
’t was wit en ’t keramiek eerder gebroken
met van dat bladgoud aan de rand
een daverend concert met de luchter als soliste
met ’t licht uit uit uit

Opgezwollen ogen en ego’s
vergezeld van een ongestrepsilde keel
en trillende handen, of is het nog steeds die luchter?
Is het die memorie die
contradictorisch haarscherp en pruikvaag is?

Een stroompje is ontsprongen aan een wilgenvoet,
maar de wilg is ziek, u ziet,
hij is drager van een parasiet
’t Is dat beestje van de aard’
en die wreed wreed vreet.
Het meandert naar believen,
haalt de ene wilg neer en negeert de andere
een zee zonder strandwacht
die verdrinkt in de oceaan

De diggeltjes laat ik even zo
plamuren en retoucheren is voor morgen
of overmorgen
of de dag erna
of wanneer ik mijn bed eindelijk durf uit uit uit

en voor het eerst besef ik:
het huis is kaal
het huis is leeg
en het stinkt naar ontbindende lijken.

Beyonce & Jay-Z

Ik ben niet uw
Beyonce
en gij al zeker niet mijn
Jay-Z want
zie
aanschouw
kijk mij aan,
gij zijt daar en
ik hoor niet thuis
in uw hiërarchie
uw woorden zijn blasé en
uw daden zijn overdaad maar
zie
aanschouw
kijk mij aan,
mijn R&B liegt niet
ik maak u geen blaasjes wijs
als ik zeg
dat uw brug nog geschreven wordt maar
dat ik ze niet bouw
ik ben geen serie op Netflix
na de ene speelt
de andere
vanzelf niet maar
zie
aanschouw
kijk mij aan,
en pauzeer niet halfweg en
dan
misschien dan
ben ik uw Beyonce
en gij mijn Jay-Z want gij
ziet
aanschouwt
kijkt mij uit.

Fluweel

Nog voor ge iets kunt uiten
grijp ik mijn mantel en
loop ik door
naar buiten
ongestoord, volledig uitgemoord
is het tij gekanteld en
uw laatste poging voor
overhalen
in de kiem gesmoord
ge kunt ernaar fluiten
of toch proberen bedingen
weet dat ik aan u
mijn hart verloor
en ge weet hoe
ge mij zo kunt bedwingen
zoet verwoord
heerlijk befluweeld
ik wil alleen niet
achteraf
dat ik hoor
dat ik maar even moet besluiten
dat gij de hoofdrol speelt
in uw toneel
uw liefde valt niet te bezingen
nee nooit
valt uw liefde te bezingen
zolang ik slechts de bijrol speel.