Misschien was ik te vaak op mezelf
in isolatie
op mijn eigen gezelschap gesteld
een schelle stem die gilt in het donker
in het diepe
in het nog diepere
maar nog niet in het diepste,
want dat is te ver
aan de oppervlakte was alles stil
een omhulsel achter een bureau
tiktokkelend op een klavier
in weer een videomeeting
tot de klok slaat en
de volgende meeting start
ik denk aan je haar dat ruikt naar gebrande koffiebonen en de rijkste haver
ik denk eraan, maar ruik het niet langer
misschien was ik te vaak op mezelf.
Ik zie en knipper met mijn ogen dat het me spijt,
want mijn mond heeft het lastig
het spijt me voor de keren dat ik er niet was
het spijt me voor de keren dat ik er was, maar niet echt,
dat verdomde omhulsel
een schelle stem gilt nog steeds,
maar nu in het diepste
en dat van euforie
de wind giert en ik vang vleugjes van koffie en granen
als een gierige vrek houd ik ze,
want delen doe ik niet
ik ben nog steeds in isolatie, maar dan enkel dat omhulsel,
want toen het naar huis vertrok, bleef ik bij je.
mijn hart klopte fel en het liep over
als een kopje koffie met een koekje drijvend in de ondertasplas.
