Mijn ogen lijken sterk op de hare
maar meer wil ‘k er niet over zeggen
want ze gaan verschuild achter een wolk,
een mist van verafgoding en vergetelheid
die helaas vaak hand in hand lopen
haar ogen smizen zoals een topmodel het zeggen zou
ze giechelen met een knipoog
en ze lachen in een oogopslag
de mijne daarentegen grijnzen enkel
als dat al lukt
een pijnlijke grimas kleurt mijn irissen grijs
en de spiegel vertelt me
dat die tint toch varieert van die van mijn idool
de katalysator in mijn besef
dat mijn ogen niets als de hare zijn
dat mijn jaloezie en mijn
nu gonzende
dan fluisterende
zeer
hun pijlen op haar richten
en haar smeken die kijkers te overhandigen
zelfs met wat slijtage
en meters op de teller
zijn ze nagenoeg onaangeroerd
ongeschonden
en onverbeterlijk,
maar wat later besef ik
eindelijk
dat ik ze niet nodig heb
want in haar ogen zijn de mijne gelijken
